Zaterdag 14 mei 2011 – Sint Maarten

Voorafgaand aan de openbare bijeenkomst over KulturA overhandigde archeoloog Jay Haviser aan directeur Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting een schilderij als dank voor de steun via de Regeling KulturA aan een project van de lokale archeologische instelling SIMARC met BONAI uit Bonaire.

Om 2 uur opent Gitta Luiten in het Philipsburg Culture & Community Center het symposium over cultuurbeleid, financieringsmodellen en andere onderwerpen. De Regeling KulturA is nu twee jaar in werking en het is tijd voor een tussentijdse evaluatie. Heeft KulturA gebracht wat er van verwacht werd, waar is vooral behoefte aan en zijn er suggesties voor verbeteringen of aanvullingen?

Eline Bezemer heeft onderzoek gedaan naar het verloop van KulturA en geeft een advies over hoe de subsidieregeling in toekomst kan worden ingericht. De regeling verloopt heel goed. Er zijn mooie resultaten geboekt en duurzame investeringen gedaan. De samenwerking zou nog iets beter kunnen. De regeling geldt nog tot eind 2012 en daarna zullen aanvragen ingediend moeten worden binnen de reguliere regelingen. Hiervoor moet het netwerk groeien en versterkt worden, de co-financiering (in natura) worden uitgebreid en er is zakelijke hulp nodig voor de begrotingen en dekkingsplannen.

Eline Bezemer geeft haar presentatie

Via een ronde tafel gesprek wordt met de aanwezigen en fondsmedewerkers gediscussieerd over gerealiseerde projecten; samenwerking tussen instellingen en de kunstenaars op Sint Maarten, maar ook tussen de Caribische eilanden onderling en de regio; hoe kan co-financiering van verbeterd worden en er worden individuele vragen van de aanwezigen beantwoord.

Jay Haviser, archeoloog van SIMARC, heeft via de regeling KulturA een bijdrage ontvangen voor het opzetten van een traject voor jongeren op Aruba, Bonaire en Sint Maarten waarbij de resultaten van het proces gepresenteerd worden op een internationaal congres op Martinique. Hij heeft goede ervaringen met KulturA. De aanvraagprocedure is niet te lastig (wat bij andere fondsen vaak wel het geval is), een bijdrage van 25% door derden vindt hij redelijk en de communicatie met de medewerkers van de regeling verloopt goed. Anderen beamen dit.

Rondetafelgesprek in het Community Center

Een punt van kritiek zou kunnen zijn dat er te veel wordt gedacht vanuit de situatie in Nederland. Bijvoorbeeld de strikte financiële afrekening kan op de eilanden een probleem zijn. Op de Caribische eilanden bestaat geen ’bonnetjes cultuur’. Het gaat er op de eilanden primair om of een project wordt uitgevoerd, hoe dat gefinancierd wordt is van een latere zorg. Hier zou meer rekening gehouden moeten worden.

Er bestaat geen culturele infrastructuur zoals in Nederland. Er zijn ook geen structurele subsidies, maar er worden per project fondsen geworven. Dat is lastig omdat er steeds bij dezelfde sponsoren om een bijdrage gevraagd moet worden. Op een eiland als Sint Maarten is natuurlijk maar een beperkt aantal sponsors, die verschillende partijen moeten bedienen. Vanuit de fondsmedewerkers wordt gewezen op nieuwe mogelijkheid zoals ‘crowdfunding’ als dekking van een deel van de kosten of het adopteren van een terugkerend event door bedrijven of banken. Deze mogelijkheden zouden nader onderzocht kunnen worden.

Verder is er grote behoefte aan een administrator uit Nederland die regelmatig naar de eilanden komt voor kennisoverdracht m.b.t. de financiële kanten van een aanvraag. Ook is het belangrijk dat de modelbegroting bij het aanvraagformulier in het Engels beschikbaar komt.

Uit het onderzoek van Eline Bezemer kwam naar voren dat de samenwerking beter zou kunnen, maar is meer samenwerking wel een reële voorwaarde die KulturA stelt? Volgens de aanwezigen wordt er al zoveel mogelijk samengewerkt, maar omdat er structureel te kort aan mankracht is, is het qua tijd vaak niet mogelijk om eerst naar samenwerkingsverbanden te zoeken. Toch is het van groot belang dat er meer wordt samengewerkt. Ook kan men van elkaars expertise leren.


Ook de relatie overheid, cultuur en KulturA komt aan de orde. Sommige aanwezigen pleiten voor een lokaal cultuurfonds die de subsidieaanvragen zouden kunnen beoordelen. Deze discussie is ook bij de lancering van de Regeling KulturA gevoerd. Er is toen niet voor deze constructie gekozen omdat niet iedereen vertrouwen had in de onafhankelijkheid van zo’n locaal fonds. Clara Reyes van Imbali is juist blij met de afstand die KulturA schept. Er spelen op de eilanden te veel onderlinge belangen, waardoor mogelijke uitsluiting van partijen op de loer ligt. Daarnaast heeft Nederland een professionele houding ten opzicht van subsidieverstrekking die op de eilanden nog niet aanwezig is. Hierdoor is de beoordeling naar haar mening veel objectiever. Maar de lokale overheid zou wel op een andere manier kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door meer structurele subsidies te geven, of meer subsidiering in natura, zoals het ter beschikking stellen van gebouwen tegen een lage huur of subsidiering in de vorm van salarissen, zoals op sommige andere eilanden wordt gedaan.

Op de vraag iedereen die gebruik zou kunnen maken van KulturA wel bereikt wordt, wordt geantwoord dat dit niet altijd het geval is. Het zou kunnen dat een aantal kunstenaars of instellingen denken dat KulturA staat voor cultuur en voor veel mensen op Sint Maarten betekent cultuur vooral carnaval of steelbands. Wat dat betreft zou het beter zijn als duidelijker in de naam (of als ondertitel) benoemd wordt dat de regeling ook voor kunst en erfgoed geldt. Verder is er behoefte aan een centraal punt voor informatie over KulturA. Een van de fondsmedewerkers wijst er op dat b.v. op Bonaire er een platform (Plataforma Kultural) is opgericht die belangeloos helpt bij het opstellen van aanvragen en informatie verstrekt. Er zou bekeken kunnen worden of het ook mogelijk is om zo’n soort platform in Sint Maarten op te richten.

Concluderend kan gezegd worden dat de regeling op zich goed werkt, maar dat er behoefte is aan meer informatie over de mogelijkheden en begeleiding bij het opstellen van begrotingen en dekkingsplannen. Vanuit Sint Maarten moet er gewerkt worden aan meer samenwerking m.b.t. programmering en co-financiering. Verder is vanuit de overheid meer structurele subsidiëring nodig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s